My Oratio (Intree Rede) June 5 1996 at TU Delft

Jaap at Terena Rhodos

(in the Dutch Language) The original unchanged text, still valid what I said 🙂

Overgangen, Over-bruggen, Over Grenzen

Rede, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van deeltijd hoogleraar in de Telecommunicatie in het bijzonder voor bedrijfstoepassingen aan de Faculteit der Elektrotechniek van de Technische Universiteit Delft op woensdag 5 juni 1996 door ir. J.W.J. van Till                                                            Copyright © 1996 by J.W.J. van Till

 


 

Mijnheer de Rector Magnificus, leden van het College van Bestuur, collegae hoogleraren en andere leden van de universitaire gemeenschap. Zeer gewaardeerde toehoorders. Dames en Heren,

1. Inleiding en headlines

Als mensen mij vol interesse vragen wat ik in Delft ga doen dan antwoord ik eenvoudig en niet zonder reden: ‘ik ben de nieuwe INTERNET-professor!’ Dit werkt marketing-technisch prima, want het sluit goed aan op de verwachting en de voorkennis die mensen hebben. Internet is een enorm en voor velen onverwacht succes [1]. Geen aansluiting erop hebben is voor vele kenniswerkers zoals wetenschappers al iets ondenkbaars geworden. Ook is een groot deel van het digitale Internet verkeer al voor bedrijfsgebruik en voor delen van het grote publiek. Iedereen heeft bijna dagelijks direct of indirect met het Net te maken.

Toch is het label van Internet-Prof wat te oppervlakkig. Ik ben niet van plan me elke week weer met de allerlaatste mode-symptomen van Internet of Intra-netten bezig te gaan houden, maar met de uitbouw van ruggegraat-netten [1] die voor het gebruik nodig zijn. Dit is vrij diepgaand technisch en elektro-technisch. Ook verdiept mijn onderzoek en onderwijs zich in de oorzaken. Wat zijn de drijfveren en condities die telecommunicatie netten tot een succes of mislukking maken? Hoe maken we voor gebruikersorganisaties een goed werkend geheel van de veelal versnipperde ad-hoc netwerken? Meer dus in de volgende trant: hoe ‘kweken’ we bedrijfsinterne telecommunicatie-stelsels zoals via Internet en via bedrijfstelefooncentrales; en hoe zorgen we dat mensen via die netten kunnen gaan samenwerken en dat ook blijven doen. Cruciaal voor ‘netwerk’ succes van mensen is een zeer goede bereikbaarheid. Het beter in gesprek met elkaar raken over de organisatorische grenzen heen is daarom het leitmotiv van deze intreerede.

2. Situatie: Overgangen in de tijd

Waarom maak ik zo’n punt van die ‘bereikbaarheid’? Omdat het van een bijzaak een hoofdzaak aan het worden is. We leven in een overgangstijd met echte trendbreuken waarin oude zekerheden verbrokkelen en sommige recepten plotseling niet meer blijken te werken. Tegelijkertijd begint concensus over hoe het nu verder moet nog maar aarzelend post te vatten. Het is ook erg verwarrend omdat alles tegelijk lijkt te veranderen. Bij nadere beschouwing blijkt dat deze veranderingen niet zozeer van A-stopt naar B-start zijn, maar dat ze het karakter hebben van toevoegingen en uitbreidingen. Alles wat was blijft geldig, maar er komt iets bij wat het geheel een totaal ander aanzien geeft. Er is sprake van een soort veranderde aggregatietoestand, zoals van ‘vast’ naar ‘vloeistof’ en naar ‘gas’. Ook in dit geval veranderen de componenten zelf niet maar gedrag en sommige spelregels wel.

2.1 Situatie in de telecommarkt

Het voorbeeld van deze overgangen wat ik hier ten tonele wil voeren is dat van de telefoonaansluitingen. In elk land op deze wereld is een vast patroon waarneembaar in de ontwikkeling van het publieke telefoonnet [2] en niet alleen daarin maar ook in de invoering van spoorwegen, energiedistributie, luchtlijnen en het autowegennet.

In fase I (kosten delen) van de ontwikkeling worden, door grote bedrijven voor zichzelf, puur op kosten/baten basis, bediende telefooncentrales ingericht met eigen aanleg van aansluitingen.

Deze ad-hoc privé initiatieven voor intern bedrijfsgebruik en voor aansluiting op klanten en zakenpartners werden meestal gevolgd door de aanleg van telefoonnetten in stadscentra, nu tevens voor vermogende particulieren en winkeliers. Deze fase is dus te beschouwen als ondernemend maar versnipperd. De ad-hoc eiland- netwerkjes zijn onderling incompatible en groeien elk door het omslaan van de vaste kosten over zo veel mogelijk deelnemers.

In de meeste Westeuropese landen werd in de buurt van 1900 een overgang gemaakt naar Fase II. Deze wordt de herdistributie fase genoemd. Het telefoonnetwerk groeit door een politiek-maatschappelijke concensus. Alle deelnemers stemmen ermee in dat de bestaande abonnees en met name de bedrijfsgebruikers helpen betalen voor de nieuwe aansluitingen. Iedereen is immers gebaat bij meer aangeslotenen op het net. In deze fase ontstaat de politieke slogan van ‘universal service’: iedereen waar dan ook tegen hetzelfde tarief aansluiten en laten telefoneren. De exploitatie van dit gezamenlijke landelijke net wordt in handen van de Rijksoverheid gegeven en de bedrijfs- en gemeentenetten worden opgeslokt. In Nederland is dit in de Post en Telegraafwet van 1904 vastgelegd. De consensus over het samen opbouwen van deze monopolie- infrastructuur inclusief kruis-subsidies binnen een gesloten landelijk systeem werd nog eens herbevestigd na de WO II. Toen moest ons telefoonnet totaal opnieuw opgebouwd worden. Verspilling van schaarse resources moest immers vermeden worden. In fase II zijn de wensen van de abonees bekend: kunnen bellen, veel meer hoefde aan hen niet gevraagd te worden. Het ‘staatsbedrijf der PTT’ zorgt immers voor een eerlijke AANBODverdeling van de schaarse middelen. Er worden hoogstens twee soorten abonnees onderscheiden: ‘consumenten’ = huishoudens met een zwarte telefoon, en ‘zakelijk’ gebruik = bedrijfsaansluitingen met een PABX en misschien een of meer telexapparaten. Het exploiteren en verbeteren van het transmissie- en schakelnet vereiste technologische vernieuwingen. Deze doorliepen soms wel een dertigjarig traject van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek bij TH, Neherlab en Natlab; naar produktontwikkeling bij o.a. Philips en Ericsson, tot invoering in het land door de PTT. De mensen in die ingenieurswereld kenden elkaar en wisselden onderling van plaats gedurende hun loopbaan. Ik heb hier geen spoor van kritiek op, het paste immers in de context van DIE tijd. Veel landen in de wereld bevinden zich ook nu nog in Fase I of als ze geluk hebben Fase II.

Tussen 1970 en 1980 vindt in Nederland de tweede overgang in de telecommunicatie plaats en wel naar diversiteit . Er begint verzadiging in het land te komen naar het aantal telefoonaansluitingen, let wel: niet naar het telefoonverkeersvolume. Het succes van roll-outfase II ondermijnt tegelijk de legitimatie van haar concensus, immers aansluitingen houden op schaars te zijn. De uniformiteit van het telefoonnet begint verloren te gaan omdat de wensen van de vele participanten niet langer op één noemer kunnen worden gehouden. Er ontstaat nu een netwerk van sub-netwerken. Deze huidige fase III is die van het veelvormige netwerk. Er verschijnen meerdere transnationale carriers en een distributieketen van locale dienstverleners die de diverse en snel veranderende wensen van de telecommunicatieklanten in concurrentie met elkaar proberen te vervullen. En ja, de klanten worden mondiger en ook uitgesprokener in hun kwaliteitseisen, zoals we recent weer konden zien met betrekking tot de 06 rekeningen. Met name de bedrijfsklanten met grote trans-nationale ‘corporate networks’, verenigd in de Bedrijfs Telecommunicatie Grootgebruikersvereniging (de BTG, die heden haar tienjarig bestaan viert) roeren zich op deze VRAAG-markt en dwingen prijs/ kwaliteitsverbeteringen af. Dit is het werkgebied waar mijn leerstoel zich op concentreert. Niet de netten van de PTT’s maar wat er ‘aan hangt’. Customer Premises Equipment (CPE) heet dat.

Vroeger werd daar misprijzend over gesproken als de ‘randaparatuur’ aan het net, ofwel ‘terminals’ wat eindstations betekent. Tegenwoordig is het andersom, de investeringen die plaatsvinden aan de gebruikerskant, op eigen terreinen, zijn een veelvoud van die binnen in de publieke netwerken. Dat komt omdat tegenwoordig behalve de forse interne telecomnetten ook de computers en LAN’s aangesloten zijn en dus ook CPE zijn. Ik schat dat het Nederlandse bedrijfsleven in 1995 totaal 14 miljard gulden aan communicatie- en computernetten uit heeft gegeven. En deze vraagkant groeit gezond.

Er is dus in deze Fase III werkelijk een overgang bezig van aanbod- naar vraagmarkt. Inkoop en procurement worden belangrijker. Dat merken wij bij adviesbureau Stratix in onze projecten. Na een periode van telecomschaarste komen we nu in een situatie van overvloed en diversiteit terecht. Je moet echter wel weten wat en van welke betere kwaliteit je wilt kopen of laten dienstverlenen op de telecommunicatiemarkt. Het ontwerpen en helpen aanschaffen en verbeteren van zulke ‘corporate networks’ is het onderwerp van mijn leerstoel.

De overgang van fase II(roll-out) naar fase III(diversiteit) in de communicatie-netwerkmarkt is nu al zeker 10 jaar bezig en nog steeds doet men onwennig. Niet alleen aan de vraagkant, waarover ik het zojuist had, maar ook aan de kant van de aanbieders, waar men moet leren concurreren en aan de kant van de staat, de regelgevers voor het algemeen belang. Dat de telecom geen staats(verstrekkings)taak meer is wil niet zeggen dat de overheid geen taak in deze meer zou hebben. In tegendeel, juist nu in mede-dinging zijn er spelregels en deskundige onafhankelijke scheidrechters nodig.

Zoals ik zei komen we in West-Europa van een situatie van schaarste in een situatie van telecom overvloed. Dat heeft niet louter het effect van MEER : hogere aantallen waardoor de prijzen zouden moeten kelderen, maar veeleer de mogelijkheid tot BETER: hogere kwaliteit van producten en diensten, beter toegesneden op de specifieke turbulente wensen van de klanten.

Het is mij en mijn collega’s, als helpers van klanten, helaas dikwijls overkomen dat het stellen van vragen over producten aan PTT’s in Europa of aan grote computerbedrijven leidde tot driftaanvallen van de verkopers of zelfs tot het ons tot vijand verklaren. In hun optiek stoort het tonen van interesse door de klant voor hun produkt het soepele verloop van het verkoopproces. De klant als vijand, dat is een droevig misverstand, een overblijfsel uit fase II.

Er is juist dringend behoefte aan betere gesprekken tussen aanbieders en vragers. Beide kunnen en moeten veel en snel van elkaar leren. Voor een groot deel is dat technisch onderzoek en ingenieurswerk, waarbij ook cultuurverschillen overbrugd moeten kunnen worden.

Er staat erg veel op het spel en fundamentele- en technische kennis op netwerktechnologiegebied is schaars. De Nederlandse overheden hebben met het Nationaal AktiePlan, zie [4], Elektronische Snelwegen een belangrijke impuls gegeven aan het verbeteren van o.a. hun eigen bedrijfsnetwerken en hun communicatiesystemen met de buitenwereld. De Sociaal Economische Raad heeft recent in een ontwerp-advies [5] nog eens gewezen op het belang van de ‘kennis-infrastructuur’ en onderwijs voor ons aller toekomst. Het Kabinet blijkt bereid forse investeringen in ‘infrastructuur’ te gaan doen. Ik hoop dat, ook daar, nu eindelijk eens mentale bruggen tussen fysieke- en informatie/ communicatie-infrastructuren geslagen worden.

2.2 Situatie bij bedrijven

Niet alleen aan de overheids- en telecomaanbodkant zitten we midden in een aantal overgangen. Ook bedrijven onderling gaan nu essentieel anders met elkaar om dan in de industriële maatschappij gebruikelijk was. Ook hier treffen we een overgang aan van Fase II : massaproductie van identieke consumptiegoederen, naar fase III: productie en distributieketens met continue verbetering [6]. Zonder bijbehorende gekoppelde ‘enterprise networks’ kan je het zakelijk wel vergeten om in die wereld mee te blijven draaien. Dit klinkt misschien erg abstract en ver van uw bed maar wat ik beschrijf is overal om ons heen te zien.

Een schipper bijvoorbeeld, onderhandelt op een trawler vol met haring op zee al via zijn ‘mobile phone’ met havens in een paar landen waar hij heen kan varen en met de afnemers en de transportbedrijven aldaar. Op de haringveiling zelf is bij elke partij haring een doopzeel aan informatie beschikbaar van schip, plaats en tijd van vangen. Het zal niet lang meer duren of elke haring heeft op z’n staart een barcodelabel waarmee u via Internet kan zien welke smaak u gekozen heeft. Smaken verschillen nietwaar.

Een ander voorbeeld: vroeger werd dagelijks de weersverwachting voor Nederland voor de volgende dag omgeroepen op de radio. Men heeft zich echter gerealiseerd dat ‘het weer’ niet voor alle mensen hetzelfde is. Zeelui, boeren met oogstrijp gewas op een bepaalde plek, windsurfers hebben weer een ander en voor die persoon groot belang bij een specifieke betere voorspelling. Er zijn nu veredelaars in de weerinformatie-keten die de voorspelling tegen betaling via netwerken verfijnen naar plaats en weersoort van de geintereseerde waarmee ze in contact staan. Aan de weerkaartjes op de TV kunt u zien dat ‘het weer’ zich ook buiten onze landsgrenzen beweegt. Wat ver weg gebeurt heeft effecten op ons eigen tuintje.

In fase III zijn bedrijven de volgende drie structureel ingrijpende overgangen aan het doormaken, die elk ondenkbaar zouden zijn zonder communicatienetwerken, te weten:.

A. Van massaproduktie naar, zoals gezegd; in de richting van de vraagmarkt uitwaaierende distributieketens. Tussen de deelnemers is transactiecommunicatie en de afnemers kunnen naar wens op verschillende plaatsen in de ketens inprikken, ook stroomopwaarts! Een voorbeeld is de verzekeringsbranche waar een enorme diversiteit aan maatwerk is, met voor de klant onzichtbare fabrieksmatige verwerking elders in de keten. Ook kan de verzekeringnemer kiezen om ‘direct naar Apeldoorn’ te bellen, of bijvoorbeeld het andere uiterste, een deskundige thuis te bestellen.

B. Transnationaal. Landsgrenzen spelen in erg veel bedrijfstakken steeds minder een rol. Dat wil niet zeggen dat lokale omstandigheden en markten identiek zijn. Integendeel, die vereisen een nog beter transport- en communicatienetwerk voor je informatie-logistiek.

C. Het moet sneller. Konden, zoals gezegd bij de telecom, vroeger onderzoek, ontwikkeling en implementatie van een nieuwe technologie nog achtereenvolgens bij verschillende instituties gedurende tientallen jaren plaatsvinden; de ‘time to market’ is nu helaas teruggebracht tot een paar jaar of soms zelfs een paar maanden. Voor prestigestrijd of territoriumconflicten tussen instituten is dus ook domweg geen tijd meer!

Wordt er dan geen onderzoek en ontwikkeling meer gedaan? Zeker wel, maar anders en op andere plaatsen dan we gewend waren. Voor een nieuw produkt of dienst, met een combinatie van nieuwe technieken en vindingen, wordt nu een team in elkaar gezet met de beste mensen die er op ieder benodigd gebied in de wereld te vinden zijn. Die moeten dan in korte tijd, in parallel, onderzoek, ontwikkeling, produktie en verkoop op poten zetten. Dat wordt via gemeenschappelijke computermodellen en via het netwerk gecoordineerd. Wijzigingen ergens in het bouwerk hebben immers effect op het ontwerpdeel van andere teamleden. Zoiets heet een virtueel bedrijf. Wil je daar aan deelnemen dan moeten ze je kunnen vinden en moet je dus een bepaalde aantoonbare goede kennis of kunde meebrengen. Dat werkt via netwerken van kennis en kennissen, via Internet en Intra-netten. Het patroon van samenwerkingsketens die over de oude grenzen heenreiken en sneller en verderweg uitwerken herhaalt zich natuurlijk ook binnen organisaties en bij de eigen interne technici.

2.3 Situatie binnen de Informatie Technologie (IT) in bedrijven

Als we binnen bedrijven kijken naar de toepassingen van informatie- en communicatiegereedschappen dan zien we ook daar turbulente overgangen waarbij culturele grenzen overbrugd moeten worden. Er zijn twee hoofdgroepen te ontwaren, de computermensen en de verbindelaren.

De eerste populatie bouwt en onderhoudt de administratieve, fabrieks en zakelijke transactie-systemen. Deze zijn van levensbelang voor een bedrijf : ‘mission-critical’. Nochthans wordt er over gekankerd en het management is doorgaans niet opgetogen over de enorme omvang en kostengroei van software-ontwikkeling en van gebruik van PC’s in netwerken. Die kosten houden geen tred met de perceptie van de baten. De IT mensen denken en doen systeem-centrisch (dat wil zeggen: computer en gegevensbestanden zijn uitgangspunt). De lange termijn trend in de IT is een verschuiving van Hardware oriëntatie naar Software en Informatie geweest. Maar nu verschuift de focus naar ‘Informatie Logistiek’: de netwerkfase.

De tweede populatie betreft de beheerders van de eigen telecommunicatiesystemen, zoals gebouwbekabeling en interne telefoonnetten, in beheer bij de technische dienst of afdeling facility management. Ze zijn structureel ondergewaardeerd en krijgen alleen aandacht in geval van storingen of klachten. De door hen voorgestelde noodzakelijke infrastructurele investeringen zijn zelden welkom bij de bewoners van de gebouwen.

Tussen de twee genoemde gebieden IT en Telecom in ontstaat recent een derde gebied dat als een heidebrand om zich heen grijpt en zich in een grote populariteit mag verheugen: Interne informele communicatie via een eigen Intra-net. Het vormt als het ware een smeermiddel tussen alle al bestaande componenten en deelnemers.

Via web-servers wordt informatie ontsloten en worden workflowkanalen dwars door de organisatie getrokken. Er worden bruggen geslagen naar de bestaande transactiesystemen en telecomnetten, bijv. voor telefonische services met behulp van callcenters. Het opzetten van dit soort netwerken betreft een wijze van bouwen die het gespiegelde is van de IT aanpak: de relaties en koppelingen tussen bouwstenen zijn het startpunt. Niet langer spreken we hier van informatie-verwerking maar van ‘relationship processing’.

Ziehier dus het werkgebied van de nieuwe leerstoel: het ontwerpen van bedrijfsnetten die eerder genoemde eilandactiviteiten met elkaar verbindt en er een goed werkend toekomstbestendig geheel van maakt. Volgens eerdergenoemd model zitten we binnen bedrijven dus eigenlijk nog in fase I: ad-hoc technisch economisch investeren. Veel van de projecten waar ik in deelnam betroffen inderdaad de opzet van een INTERNE PTT. Dat wil zeggen de overgang naar een bedrijfsbrede Informatie en Communicatie Infrastructuur met een onderlaag voor transmissie en switching [7] van Fase II en als we geluk hebben Fase III met diverse kwaliteiten (QoS’s via ATM). Ook hier is de hamvraag telkens: wat doen we samen en wat niet. Enkele voorbeelden zijn de definitie en technische architectuur van netwerken van Van Gend&Loos, AKZO, LNV: Agronet, AMRO bank, Schiphol, Defensie: NAFIN, SURFnet4, Belastingdienst: ON21, en TNOnet.

Een van de grootste bottlenecks voor de ontwikkeling van onze digitale karrespoortjes naar echte digitale snelwegen voor het bedrijfsleven ligt in de kwaliteit en de prijs van bandbreedte, dat wil zeggen hoge snelheid digitale huurlijnen in Europa voor de onderlinge koppeling van onze LAN’s en de koppeling van onze PABX’en.

De relatieve prijs/kwaliteit van hardware en nu ook software bevindt zich in een gezonde neerwaartse leercurve. De prijs van huurlijnen komt nog maar nauwelijks in beweging, terwijl de behoefte aan digitale bandbreedte explosief aan het groeien is. De tarieven voor huurlijnen staan niet meer in verhouding met de werkelijke snel dalende kostprijzen van glasvezelnetten die overal liggen of in aanleg zijn maar in toenemende mate braak-liggen. Met name de huurlijntarieven over de landsgrenzen heen vormen een politieke en kunstmatige barièrre die de economie in Europa schade berokkent. Zoals ik al eerder zei: ook de telecommunicatie industrie wordt een gewone bedrijfstak waarin mededinging ontstaat. Ik voorspel bij deze dat de huurlijntarieven in de komende 7 jaar met een factor 100 zullen dalen en daarmee de leveranciers daarvan nog steeds een goed belegde boterham zullen bezorgen. Met deze strijd voor Betere Bandbreedte waar de maatschappij node op zit te wachten, voel ik een sterke verwantschap met het zinnebeeld van deze Universiteit: Prometeus. Hij immers ontfutselde het vuur aan de goden op de Olympus en bracht het terug bij de mensen verstopt in een rietstengel: de eerste fiber-optic lichtgeleider mag ik wel zeggen.

3. Waar worstelen we mee. Hoe over-bruggen we dat

Op het gevaar af dat ik voor vele toehoorders de pijngrens reeds bereikt heb, wil ik, voordat ik u het goede nieuws van de remedies kan verkondigen, toch de issues in de probleemstelling voor mijn vakgebied zo kernachtig mogelijk opsommen.

    • Problemen/ knelpunten in ICT zijn een herhaald patroon van ‘eilanden’: autonomie en introvertie, eigen standaards, ad-hoc oplossingen door haast.
    • die ‘eilanden’ zijn: professionals, autonome business units, een groep autonome bedrijven in een bedrijfstak, overheden en zelfstandige landen.
    • bij LAN-LAN koppelingen, multimedia content formats is er gebrek aan samenhang / architectuur. Zonder centraal architectuurbeleid kunnen ad-hoc initiatieven op een bepaalde plaats wel ergens anders in het netwerk tot zeer hoge kosten aanleiding geven. Gebrek aan technologisch inzicht in het managementteam wreekt zich vroeg of laat [8]. Voorbeelden van komende simpele wensen met grote gevolgen:
      • Mobiele telefoons met GSM én DECT zodat het apparaat op kantoor via de PABX belt.
      • De spoedige komst van grote aantallen goedkope Network Computers (NC’s) waardoor een enorme investering in servers en netwerkcapaciteit gedaan moet worden.
      • Videocamera IC en microfoons ingebouwd in PC’s. Ook hierdoor zullen de huidige netwerken bijkans in capaciteit verveelvoudigd moeten worden.

Dit zijn allemaal simpele kleine apparaatjes die net als paddestoelen de kop op zullen steken maar die wel een enorm Mycelium (dradenstelsel) onder de grond vereisen om te groeien. Een infrastructuur is helaas moeilijk op basis van losse applicatie projecten te motiveren. De baten van een infrastructuur liggen vaak elders. Daarom moet op hoog niveau iemand het overzicht bewaren en op het juiste moment voor-investeringen plegen. De bandbreedtebehoefte zal snel toenemen.

  • Een goed ontworpen ICT infrastructuur is niet één en al werk voor ‘controlaholics’. Het biedt juist enorm veel ruimte voor flexibiliteit en complexiteit. Het moet juist de onverwachtse interrupts en wensen kunnen ondersteunen en ook uitbreidbaar zijn.
  • Duurzaam geldige architectuur voor die dingen die werkelijk belangrijk zijn.
  • VB: Internet adressering, protocollen
  • De afhankelijkheid van netwerken voor de dagelijkse werkzaamheden van bedrijven neemt toe en daarmee de kwetsbaarheid door storingen.
  • Grote impact zakelijk en intern van Internet op bedrijven: VB. CD winkels merken het al: binnen twee 2 dagen heb je de via Internet bestelde CD thuis.

Hoe maken we van bovenstaande chaos van snippers nu een weefsel? Welke magische formules moeten we prevelen om al deze groepjes mensen van leveranciers, klanten, technici, zakenlui en managers in de netwerken van bedrijven en via de bedrijfsnetten ‘aan de praat’ te krijgen???

4. Oplossingsrichting naar de toekomst, opbloei over grenzen

Sleutel voor welvaart op bijna elk terrein, zoals in de VOCtijd, blijkt te zijn: lage transactiekosten [9]. De moeite ofwel de kosten om anderen in te schakelen om betrouwbaar iets te laten doen moeten lager zijn dan als we het zelf doen.

Dit principe zien we dan ook met succes aan het werk in bovengenoemde netwerken van bedrijven en de virtuele samenlevingen in opbouw. Drivers om die transactiekosten omlaag te krijgen zijn verbeterde bereikbaarheid, meer zinvolle communicatie, en verbeterde kennis-logistiek. Alledrie kunnen dramatisch effectiever gemaakt worden via telecom netwerken. Ik bespreek ze hierna kort.

4.1 BEREIKBAARHEID

** Er moet dringend iets gedaan worden aan de externe bereikbaarheid van organisaties. Verbetering daarvan met behulp van communicatietechnologie kan tot belangrijke positieve resultaten voor alle betrokkenen leiden. **

Die ‘externe bereikbaarheid’ daar bedoel ik niet alleen de spreekwoordelijke gebrekkige dienstverlening van Nederlandse obers mee. Ook gaat het een stuk verder dan alleen maar het moeilijk te vinden zijn in gidsen of adresboeken. Op zichzelf is dat al schadelijk genoeg. Neen, waar ik op doel is een wijdverbereidde introvertie, een ‘glorieus met zichzelf bezig zijn’, een mentaal eilanddenken. Een voorbeeld van dit zelf-centrisch denken:

gemeenteambtenaren die zeggen grote belangstelling te hebben voorontsluiting van gemeentelijke informatie via een Digitale Stad omdat ze dan zelf eindelijk die Raad-stukken ook kunnen lezen. Maar vragen van burgers via communicatie in het Net, neen dat hebben ze liever niet.

Zulke gebrekkige toegankelijkheid ofwel geringe bereidheid tot ‘aanspreekbaar zijn’ vinden we op elke schaalgrootte van organisaties. Als land, als bedrijf, als afdeling, als mens. Bij verschillende netwerken die ik hielp ontwerpen werd mij gemeld dat het grootste probleem het loskrijgen binnen een maand van een A4’tje met gegevens, twee deuren verder op de gang is.

Deze lage ‘bereikbaarheid’ is zeer schadelijk, hoewel men zich er meestal niet van bewust is. Hoevelen van u hebben bij het telefoonnummer het landnummer van Nederland op hun vistitekaartje staan? Kleinigheden ik weet het, maar ze maken een wereld van verschil, en niet alleen in het bureaucratische land Absurdistan.

Er staat erg veel op het spel. Zoals ik reeds stelde heeft de Sociaal Economische Raad recent [5] gewezen op de doorslaggevende rol die de ‘infrastructuur voor kennisuitwisseling en opleiding’ heeft voor onze welvaartsgroei. Ons aller toekomst is dus afhankelijk van kennis die op het juiste moment op de juiste plaats aanwezig moet kunnen zijn. Deze kennis moet niet opgesloten zijn maar toegankelijk en bruikbaar voor mensen die met elkaar samenwerken en communiceren.

**Succes van een organisatie wordt bepaald door de kwaliteit van derelaties die ze met haar buitenwereld onderhoudt.**

Ik zal het nog wat concreter maken en zelfs meetbaar. Een maat voor de bereikbaarheid van een organisatie is: B= T/ (U * D). Waarbij U het aantal keren is dat u wordt doorverwezen naar iemand anders als u een eenvoudige vraag aan een organisatie stelt. Bijvoorbeeld: “Hoeveel ingenieurs heeft uw organisatie in dienst ?”
T is de tijd waarbinnen u (voor uw werk) antwoord op de vraag nodig hebt en D is de tijd die het werkelijk neemt tot u een voor u bruikbaar antwoord heeft. Op zichzelf is dat doorverwijzen niet slecht maar het aantal stappen hoort, als het goed gedaan wordt, maximaal zes te zijn. De tijdsduur is duidelijk relatief (T/D). Sommige vragen mogen best even uitstaan, bijvoorbeeld via E-mail.

Laat uw eigen organisatie eens op deze wijze doormeten, bijvoorbeeld door een kennis naar uw kantoor te laten bellen met een vraag als de eerdergenoemde. Ik weet zeker dat u van het resultaat van deze meting zal schrikken. Ik ken bedrijven met een bereikbaarheid nul. Na vele doorverwijzingen gaf men het simpelweg op of snauwde men me toe ‘waarom ik dat dan precies wilde weten’. Er zijn trouwens ook zeer goed bereikbare en goed aanspreekbare bedrijven te vinden moet ik er haastig aan toevoegen.

Een voorbeeld van dringend nodige verbeteringen van erbindingen met ‘extern’. Weinig is voor de toekomst van Nederland zo belangrijk als haar verbindingen met het buitenland: internationale wegen en digitale huurlijnen. Het verdient daarom aanbeveling datanetten op Schiphol en in de Rotterdamse haven aan te besteden met zeer betaalbare hogesnelheid digitale lijnen naar buitenlandse hoofdsteden .

4.2 BETER COMMUNICEREN

Met beter communiceren bedoel ik niet enkel de externe communicatie van de PR afdelingen of persvoorlichters. Die is vaak goed maar heeft het karakter van eenrichting verkeer naar buiten en soms zelfs van een commercieel opdringerig bombardement: ‘spamming’ genaamd. Behalve goed bereikbaar zijn moet er, na genoemd contactmaken, een goed geprek volgen. Dat vereist actieve interesse van beide kanten. Je inleven in wat anderen, buitenstaanders, willen en zien, dat is communicatie. Met andere woorden het vereist dat je je kan verplaatsen in de positie van je geprekspartner.

Een probleem is dat in organisaties een ongelofelijke hoeveelheid kennis en oplossingen klaarliggen maar dat die onvindbaar zijn. Of omdat men niet reageert op problemen die extere hulpvragers aandragen. De meest succesvolle recente bedrijven (Cisco, Novell, LACIS) weten domweg niet alles en zitten dus niet achter een loketje knap te wezen, maar leren samen met en van klant-problemen.

Het meeleven en je inleven in anderen is zoals in de legende van de Heilige Graal. De ridder behoort aan de graalkoning in het dorre land ‘De magische Vraag’ te stellen: “wat is uw probleem, wat kan ik voor jullie doen?” Dan pas bloeit het steriele land van de koning op. De griekse wijsgeer Epictetus zei immers al: “Niemand wane bemind te zijn, die zelf niemand bemint.”

Dit geinteresseerd meeleven ofwel ’empathie’ heeft niets met altruïsme te maken maar is puur tweede orde eigenbelang. Als je even doordenkt zie je meteen het nut. Het is simpel uitvoerbaar en het werkt :

*** je moet van buiten naar binnen kijken in je organisatie en behalve

bereikbaar zijn ook nog iets kunnen betekenen voor anderen**

Het werkt via netwerken als een speer.

4.3 KENNIS LOGISTIEK

Succes in de kennismaatschappij wordt niet alleen bepaald door het inrichten van top-kenniscentra zoals het TRC (Telematica Research Centrum). Het zijn de combinaties die gemaakt worden voor het tackelen van een bepaald specifiek probleem. Men moet elkaar via netwerken en kennislogistiek versterken. De kracht van zo’n netwerk zit niet de nodes/centra alleen: de boodschap zit in de verbindingen! Dat is de derde magische formule. We moeten dus gaan doen aan ‘relationship management’ [10] (relatiebeheer): Object & Links tussen objects aanbrengen, en dan berichtobjects gaan uitwisselen (Java applets, documenten).

AKTIE voorstel 1:

De drie eerder genoemde beleids initiatieven van de overheid ietsje mentaal ‘verlengen’:

  • NAP overheid voor elektronische snelwegen -> een netwerk van netwerken (ON21 , OB2000, etc) wat dwars door de gehele overheid loopt en aansluit op de kennisnetwerken van burgers en bedrijven [4]
  • SER: het belang van kennisinfrastructuur [5] -> ook communicatie netwerken zijn daar voor nodig !
  • Kabinet: wil gaan investeren in infrastructuren, fysieke infrastructuren —> ook kennisinfrastructuren

En vervolgens RELATIES tussen deze drie aanbrengen. Dan gaan dingen pas echt lopen in de Nederlandse samenleving en economie. Deze ‘corridoraanpak’ is vergelijkbaar met wat Natuurbeheer tegenwoordig doet: verbindingsstroken tussen bossen maken zodat onder andere wild en plantezaden zich over alle stukken bos kunnen verspreiden.

AKTIE aanbeveling 2:

Maak in uw bedrijf een ‘tussenschil’, tussen de vertrouwelijke bedrijfseigen omgeving en de volledig voor het publiek open externe info-etalage, voor transacties en samenwerking met partners van buiten. Een transactielaag waar deelnemers van buiten en van binnen samen in teams kunnen werken en informatie kunnen uitwisselen via een intranet, met behulp van workflowtools, java-agents en intelligente callcenters.

Netweven = bouwen aan synergie. Het geeft een kick als dingen opeens gaan lopen, bits gaan stromen, door het simpel toevoegen van een paar ‘lijnen’ tussen dingen die er al lang waren.

5. De leerstoel

Het succesvolle Nederlandse bedrijf LACIS, gevestigd in Utrecht, is de op een na grootste leverancier van huistelefooncentrales in ons land. Bovendien leveren ze datanetten en videocommunicatie systemen. Een paar jaar geleden heeft LACIS, na een grondige aanbesteding door het RekenCentrum, het nieuwe telefoonstelsel van de TU Delft mogen leveren. LACIS heeft toen als cadeau een deeltijdleerstoel aan de TUD aangeboden. Na de gebruikelijke selectieprocedure ben ik gekozen om deze leerstoel te bezetten. Voor een goed begrip van hoe dat tegenwoordig werkt is het nuttig om te weten hoe dat binnen de verschillende ‘laboratoria’ van de faculteit in elkaar zit. Elk laboratorium heeft:

een voltijdse kernleerstoel
een of meer deeltijdse speerpuntleerstoelen
een of meer toepassingsgerichte deeltijdse leerstoelen

Mijn leerstoel is van die laatste soort, en werkt als een brug naar de praktijk, door cases te bespreken en ‘berichten’ van het zeer turbulente netwerkfront binnen te brengen.

De aanstelling om het ontwerpen van communicatie-infrastructuren binnen en tussen bedrijven te doceren en hieraan onderzoek te doen, op de LACIS-leerstoel ‘Telecommunicatie in het bijzonder voor Bedrijfsdoeleinden’ aan de TU Delft, aanvaard ik met genoegen en met dank aan allen, binnen en buiten de Universiteit, die zich voor deze benoeming hebben ingezet.

6. Interconnecties

Geachte leden van het College van Bestuur,

Ik dank u voor het in mij gestelde vertrouwen bij mijn benoeming. Ik hoop een waardige en nuttige bijdrage te leveren aan de ‘ideeën economie’ [3] waar de TU Delft deel van uitmaakt. Iedereen vergaapt zich altijd aan de top-kampioenen, the champions. Maar champions zijn paddestoelen en die zijn dus slechts knobbeltjes aan het werkelijke weefsel van wortels en draden van de plant. Ik ambieer slechts om wat extra draadjes tussen de kenniscentra te mogen helpen aanbrengen.

Geachte hoogleraren en medewerkers van de Faculteit Elektrotechniek,

Onze faculteit is van nature de meest Wired faculteit en ja het vak wat ik doe is wel degelijk van toepassing op electronica en informatietechnieken, zie bijvoorbeeld recent het bakken van JavaChips. In mijn ogen betreft de faculteit het werkgebied van ‘elektronen-logistiek’ , ‘bit-logistiek’ en ‘kennislogistiek’.

De geïnteresseerde medewerking die ik binnen de vakgroep Telecommunicatie- en Verkeerssystemen (TVS) al heb mogen ondervinden heeft er voor gezorgd dat ik met plezier aan mijn nieuwe deeltijdbaan in deze vakgroep ben begonnen. Mijn vak zit geweldig in de lift en ik hoop jullie daarin mee te kunnen trekken.

Hooggeleerde Arnbak,

Beste Jens, groot is mijn respect voor je integriteit en loyaliteit aan het algemeen belang plus je vaak betoonde persoonlijke moed. Je durf voor de muziek uit te lopen zoals je deed al jaren geleden toen velen de door jou aangekondigde groei in ‘wireless’ niet wilden geloven. Ook je gelijk met betrekking tot de door jou veel getoonde schema’s, met daarop cirkels met de omvang van telecomdiensten, begint pas recent tot mensen door te dringen. Ik verheug me op een vruchtbare samenwerking wellicht door onze respectievelijke ‘netwerken’ te koppelen.

Weledelgestrenge van Iersel,

Beste Frank, bijna dagelijks ondervindt ik de zegeningen van je inzet en wijsheid die het werken bij Stratix tot een interessante en leerzame ervaring maken. Ieder van ons bij het bureau zou zelf een goed lopend eenmansbedijfje kunnen vormen, als netwerk-commando’s tot de tanden gewapend en gehard in de strijd. Jij en de andere collega’s, plus de zeer goed communicerende dames van het kantoor op Schiphol maken het echter veel aantrekkelijker om als teams hard te werken aan adviesopdrachten en om te genieten van de gesprekken aan onze ronde tafel. De recente ‘netwerkconnectie’ met de gedreven adviseurs van Arthur D. Little, die ook op deze Universiteit actief zijn, begint al vruchten af te werpen voor ons allen.

Dames en heren studenten (mijn klantenkring)

In de meest ruime zin is de prevalente cultuur van de huidige maatschappij die van de Internet/WIRED-generatie , vergelijkbaar met de popcultuur uit mijn jeugd. Voor popmuziek was er en is er nog steeds geen conservatoriumopleiding en dat is misschien wel goed ook. Er zijn tienduizenden rockbandjes in dit land, een echte bottom-up beweging[11]. Toch hebben de sterren vaak eerst conservatorium gedaan, maar ze hebben bovendien een heilig vuur, een obesssie voor hun vak en muziek in hun eigen hoofd. Ze hebben iets ontwikkeld, een basiskennis of -kunde die bijdraagt aan de band. Dat is wat ik jullie, studenten ook toewens. Cyberspace heeft ook z’n eigen taal, kunst en codes. Zodadelijk direct na deze rede zal ik een prijs uitreiken aan een van de aankomende sterren van deze ‘netwerktijd’, de Internet- cultuur zal daardoor hoop ik weer een beetje aan erkenning winnen.

In mijn leven heb ik onbeleefd veel geluk gehad en zo ook met mijn echtgenote. Zonder haar was ik nu nog bezig met de propaedeuse. Het leven met mij is lastig voor haar omdat ik thuis vaak even ONbereikbaar wil zijn. Josine zorgt voor de sociale contacten, heeft een respectabele mensenkennis en is de drijvende kracht achter alles wat ik doe. Ik ben trots op haar en op de kinderen.

Aan allen hier aanwezig, ook de velen die ik niet heb kunnen noemen, dank, dank voor uw aandacht en ik wens u goede verbindingen.

Referenties

[1] Jurg en Zegwaart, ‘Het Internet als digitale snelweg- de realiteit’, 1995, Otto Cramwinkel Uitgever.

[2] Eli Noam in ‘Pacific Basin Telecom Policies Examined’, Transnational Data and Communications Report, Febr. 1989, pag 9.

[3] Kevin Kelly, ‘The Economics of Ideas’ – interview met Paul Romer, WIRED, June 1996, pag. 148 e.v.

[4] Van Till, ‘Overheid in de Overgang’, in I&I , jaargang 1996-1, ook op http://www.cram.nl/i&i/960103.htm

[5] Persbericht van de SER over het ontwerp-advies ‘Kennis en Innovatie: sleutels voor duurzame groei en meer werk’ van de subcommisssie Sociaal-Economisch Beleid, vz. De Vries; 24 mei 1996.

[6] Boynton, ‘The Helix: Stages of corporate development’, IBM Systems Journal, 1993-I.

[7] Van Till, ‘Visions on the combination of SDH, ATM and LANs as seen from the customer side’, Proceedings of the IFIP TC6 / ICCC Conference on Integrated Broadband Communication Networks and Services, Copenhagen, April 1993, Ed: V.B.Iversen, ©1993 IFIP, Elsevier.

[8] Daniel.M. Gasparro, ‘The Technology Deficit’ – it could be costing your company millions- ; Network Planning section, Data Communications, Oct.1995, pp.60-68.

[9] Douglas C. North, ‘Economic Performance Through Time’, Nobel Prize lecture in Economic Science, © Nobel Foundation 1993.

[10] Peter Schwartz, ‘R-Tech’, interview met Albert Bressand en Catherine Distler (Prométhée, Fr.) over ‘relationship technology’ en hun boek ‘La Planète Relationelle’, WIRED, June 1996, pag 138-139.

[11] Van Till en Op Hey, ‘Prosumer Networks’, in ‘Concerning Home Telematics’; Proc.of the IFIP TC9 Conf. of Home Interactive Telematics, June 1987, North-Holland, pp.361-369.

Geek power

Advertisements

About broodjejaap

See ABOUT on TheConnectivist.wordpress.com
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s